Tarari tararera...


Tararì tararera
tekst en illustraties Emmanuela Bussolati

Winnaar van de Leespluim van maart 2012
lees het juryrapport
Prentenboek van het jaar 2010 in Italië.

Voorleesplezier voor tien! De avonturen van Piripu Bibi worden verteld in een verzonnen taal. Een vrolijke taal die uitnodigt om te spelen met de intonatie van je stem en om je lichaam erbij te bewegen. Probeer het uit, stoei met de klanken van de woorden, laat je gaan. Maak plezier en ontdek zo samen met kinderen het verhaal via illustraties, klank en lichaamsexpressie.

Het boek laat zich door iedereen voorlezen met welke taalachtergrond dan ook.

Tararì tararera voorlezen is een feest. Kijk maar...


Piripu Bibi moet altijd bij haar/zijn moeder blijven. Op een dag heeft zij/hij er genoeg van. Hij/zij breekt los en gaat alleen op pad en belandt vervolgens in allerlei avonturen. Maar gelukkig is daar Gonende. Maar waar zijn haar de ouders,broertjes en zusjes nu? Gelukkig, eindelijk daar zijn ze.

De echte magie van een prentenboek komt pas tot leven door de stem en de passie waarmee een volwassene het boek voorleest. De taal Piripu is precies dáárvoor verzonnen. Een taal vol warme klanken die iedereen op zijn eigen manier kan uitspreken. Het daagt volwassenen en kinderen uit om samen plezier te maken. Want Piripu is heel geschikt om in te fluisteren, om in te brommen, om stemmetjes mee te maken, gekke bekken bij te trekken en je wenkbrauwen bij op te halen. De Piripu-taal is door de maker van dit boek Emanuela Bussolati bedacht om haar verhaal te vertellen aan álle kinderen in de wereld. Het zal inderdaad ook echt een wereld-boek gaan worden, want het boek is ook in Japan en Zuid-Amerika in de Piripu-taal verschenen.

Vanaf 1 jaar | ISBN 978 94 90139 10 0 | geb 36 blz | € 14,95 |
Wil je het boek kopen? Klik hier.



Prof. Dr. Anne Cutler, hoogleraar vergelijkende taalpsychologie aan de Universiteit van Nijmegen en directeur van het Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek in Nijmegen heeft samen met haar groep Tararì Tararera bekeken. Zij is tevens winnaar van de Spinozaremie 1999 en haar expertise is babytaal, spraakverwerking, taalvergelijking, taalverwerving en fonologie.

Vandaag hebben we in mijn groepsvergadering het boek Tararì tararera besproken.(De groep bestaat uit zo'n 20 onderzoekers, waaronder een aantal moeders van jonge kinderen, van een paar maanden tot 10 jaar.) Het boek werd voortreffelijk voorgelezen (door de moeder van een 4 jarige die dan ook het boek vanavond voorgelezen zal krijgen!).
Ik kan de aantrekkingskracht van het boek beamen. Wij vinden met z'n allen de volgende punten relevant:

  1. De fonologische structuur is simpel, net als de spraak van jonge kinderen. - Deze simpele structuur bestaat uit een simpele medeklinker-klinker volgorde (dus "dynamo" past in het patroon, terwijl "splitst" of "knaagt" door hun complexiteit hier niet in passen). Zo'n simpele structuur is voor de voorlezer makkelijk. Het is ook universeler (er zijn talen die alleen deze structuur toelaten; er zijn geen talen die deze structuur niet toelaten). Jonge kinderen gebruiken in het brabbelen automatisch deze structuur. Behalve de simpele structuur bestaat de taal voornamelijk uit wat in het boek "warme klanken" heet - veel medeklinkers die met de lippen gemaakt worden (/b/, /m/, /p/) of midden in de mond (veel /r/, /n/), zeer weinig keelgeluiden (/k/). En de klinkers zijn eenvoudig, geen ui, ei enz..
  2. Hoewel het geen bestaande taal is, zijn er elementen die bekend voorkomen, voor zowel voorlezer als lezer (pa, ma enz.; oh oh!; en de juiste fonetische symboliek - /i/ voor iets kleins, /u/ voor grootte...).
  3. Niettemin zou dit allemaal niet werken als het niet ook een geweldig boek was, met erg aantrekkelijke tekeningen en een simpel (hoewel voor verschillende interpretaties vatbaar) verhaal. De typografie helpt (je ziet welke intonatie bij een zin hoort). En dan vormt het ook een aantrekkelijke puzzel voor kinderen in de leeftijd (4, vindt de moeder van de 4-jarige; de moeder van de 10-jarige verwacht dat ook haar kind niet immuun zal zijn) waar spelen met taal en eenvoudige puzzels leuk beginnen te zijn.

Op twitter schreef Marjolijn Hovius

Mijn Frans is niet zo best, maar Piripu spreek ik dus vloeiend... Probeer het ook! Tarari Tararera...

Op Bol.com
Mogen er meer van geschreven worden! 
Ik heb het boek in de bieb geleend en al meerdere keren voorgelezen voor mijn kinderen. Je kan er je eigen fantasie in kwijt. Het prikkelt gebruik van mimiek en intonatie in stem. Als volwassene moet je misschien even over een drempel heen in niet-mensen-taal voor te lezen, maar kinderen vinden het prachtig!


Susan Venings in Kinderboekenpraatjes.nl
Niet alle belevenissen van de kleine hoofdpersoon zijn overduidelijk, er is ruimte voor eigen fantasie en met wat oudere kinderen kan het verhaal samen worden ingevuld.
Weliswaar is Piripu een verzonnen taal, maar het is geen onzintaal. Het beantwoordt aan een aantal universele taalprincipes. Als dit niet het geval was, dan zou het hoogstwaarschijnlijk niet aanslaan. Uit taalonderzoek is gebleken dat je een complete onzintaal, die geen enkel grammaticale structuur heeft, niet kunt leren aan kinderen.
 
In principe maakt het niet veel uit of je een kind voorleest in Piripu of in een bestaande vreemde taal. Het is wel verfrissend dat je de taal niet kunt vertalen en er samen met het kind betekenis aan geeft.
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 












 



 
 
Zit JIJ in ons publiek?
Meld je bij ons aan 
en wij houden je op de hoogte!