Gianni Rodari

 
Generaties Italianen zijn opgegroeid en groeien nog steeds op met de kindergedichten en verhalen van Gianni Rodari. Zijn invloed op de Italiaanse jeugdliteratuur is onomstotelijk groot.

In 1970 won hij de Hans Christian Andersen-prijs - ook wel de Nobelprijs voor jeugdliteratuur genoemd, voor zijn gehele oeuvre. De jury prees de esthetische en literaire kwaliteiten van de schrijver en bovendien het vermogen om zaken vanuit het kinderperspectief te bekijken en de nieuwsgierigheid en de fantasie van kinderen te prikkelen.

Gianni Rodari werd in 1920 geboren in Omegna, aan het Lago d’Orta in Noord Italië. Zijn vader is bakker. Als zijn vader in 1930 overlijdt keert zijn moeder met Gianni en zijn jongere broer Cesare terug naar haar geboorteplaats Gavirate in de provincie Varese.  Gianni, een leergierige jongen, gaat naar het seminarium, een priesteropleiding, maar verlaat die na drie jaar en schrijft zich in op een kweekschool, die opleidt tot onderwijzer. Kort daarop publiceert hij verhalen in een katholiek weekblad. Gianni behaalt zijn diploma op zeventienjarige leeftijd. Een aantal maanden onderwijst hij kinderen van een gevluchte Duits-joodse familie. Vervolgens gaat hij studeren aan de universiteit van Milaan maar voltooid zijn studies niet. Hij behaalt zijn onderwijsakte en geeft in een paar kleine dorpjes in de provincie les, terwijl de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken. Vanwege zijn slechte gezondheid wordt hij niet voor het leger opgeroepen. Een goede vriend komt als soldaat om en zijn jongere broer belandt in een Duits concentratiekamp. In 1943 wordt Rodari alsnog opgeroepen in dienst te treden van het leger van de Republiek van Mussolini. Hij weigert, duikt onder en neemt in geheim contact op met het verzet in Lombardije. Voorjaar 1944 sluit hij zich aan bij de communistische partij.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt Gianni Rodari benoemd tot hoofdredacteur van de Ordine Nuovo, het blad van de Communistische Federatie van Varese en een paar jaar later wordt hij journalist bij het communistische dagblad L’Unitá te Milaan. In diezelfde periode begint hij zijn eerste kinderboeken te schrijven. Hij start in de krant met een speciale kinderrubriek in de zondagseditie. In 1950 wordt Rodari gevraagd naar Rome te komen om de leiding op zich nemen van het weekblad voor kinderen Il Pionere. Het Vaticaan heeft niet veel vertrouwen in zijn werk als ‘ex-seminarist die zich tot de duivel heeft bekeerd’ en vreest dat hij kinderen zal bederven, en hij wordt geëxcommuniceerd. In enkele parochies worden het blad en de boeken van Gianni Rodari zelfs verbrand. Hij reist voor de eerste keer naar de Sovjet-Unie. 

In 1953 trouwt hij Gianni met Maria Teresa Ferretti en richt het blad Avantguardia op. Hij verlaat dit blad weer in 1956 en werkt weer een paar jaar bij L’Unità. Hierna wordt hij journalist bij het dagblad Paese Sera. Naast dit werk legt hij zich volledig toe op het schrijven van kinderboeken. Eind jaren zestig publiceert hij nauwelijks maar bezoekt hij heel veel scholen door het hele land en verdiept hij zich in pedagogische ontwikkelingen. Daarnaast maakt hij kinderprogramma’s voor de RAI-televisie. In 1968 neemt hij de leiding op zich van het maandblad Giornale dei Genitori (Tijdschrift voor ouders) waarin hij al regelmatig publiceerde.

In 1970 ontvangt hij de Hans Christian Andersen- prijs en stopt  hij met zijn werk bij Paese Sera. In 1972 wordt Rodari uitgenodigd om workshops te geven in Reggio Emilia. In deze stad in de Povlakte is in die jaren een pedagogische vernieuwing op gang gekomen onder leiding van Loris Malaguzzi. (Onder de naam Reggio Children is deze nieuwe pedagogiek tegenwoordig over de hele westerse wereld bekend geworden en toegepast.) Gianni Rodari legt in die workshops de weerslag van zijn jarenlange denken en werken met de ‘fantastica’ uit aan de daar aanwezige leerkrachten en pedagogen. Het resultaat verschijnt een jaar later in druk: Grammatica della Fantasia, introduzione all’arte di inventare storie. In 1977 verlaat hij het maandblad Giornale dei Genitori als hoofdredacteur vanwege zijn zwakke gezondheid. In 1980 overlijdt Gianni Rodari aan een hartstilstand in een ziekenhuis in Rome.

 

Bibliografie

een selectie uit de werken van Gianni Rodari:

Il libro delle filastrocche (Het boek met kindergedichten)( 1951). Firenze: Toscana Nuova.

Il Romanzo di Cipollino (De roman van Kleine Ui) (1951). Roma, Edizioni di cultura sociale.

Herdrukt als Le avventure di Cipollino (De avonturen van Kleine Ui) (1959). Roma, Edizioni di Cultura sociale.

Dit boek verscheen kort daarop in vertaling in de Sovjet-Unie en de jaren daarna volgden andere vertalingen. Rodari’s boeken genieten grote populariteit in de Sovjet-Unie. Cipollino wordt bewerkt tot een ballet met muziek van de Russische componist Karem Chatsjatoerjan en choreografie van Genrik Alexandrovich Maiorov, dat in 1974 voor het eerst wordt opgevoerd. Zie: https://www.youtube.com/watch?v=Yjjjpsa8v7Y.

Later wordt er in de Sovjet-Unie ook nog een tekenfilm van gemaakt en een speciale postzegel aan Cipollino gewijd.

Gelsomino nel paese dei bugiardi (Gelsomino in Leugenaarsland) (1958). Roma: Editori Riuniti.

Filastrocche in cielo e in terra (Kindergedichten in lucht en aarde) (1960). Torino: Einaudi.

Favole al telefono (Verhalen door de telefoon) (1962). Torino: Einaudi. 

La freccia azzurra (De blauwe pijl) (1964). Roma: Editori Riuniti.

La torta in cielo (Taart in de lucht) (1966). Torino: Einaudi.

In 1973 verscheen de gelijknamige film gebaseerd op dit verhaal van regisseur Lino del Fra.

Tante storie per giocare (Veel verhalen om mee te spelen) (1971). Roma: Editori Riuniti.

Gli affari del signor gatto (De zaken van meneer Kat) (1972). Torino: Einaudi.

Grammatica della fantasia. Introduzione all'arte di inventare storie (Grammatica van de fantasie, introductie in het verzinnen van verhalen) (1973). Torino: Einaudi.

I viaggi di Giovannino Perdigiorno (De reizen van Jantje Verliesdedag), (1973). Torino: Einaudi.

Novelle fatte a macchina (Verhalen geschreven door een machine), (1973). Torino: Einaudi.

C'era due volte il barone Lamberto ovvero I misteri dell’isola di San Giulio (Er was twee keer een Baron genaamd Lamberto oftewel de mysteries van het eiland San Giulio) (1978). Torino: Einaudi. 

Il teatro, i ragazzi, la città. La storia di tutte le storie: un ’esperienza di incontro tra scuola e teatro, con Emanuele Luzzati e Teatro aperto ’74 (Het theater, de jongeren, de stad. Het verhaal van alle verhalen: een ontmoeting tussen school en theater met Emanuele Luzzati en Open theater ’74). (1978). Milano: Emme.

Alle publicatierechten van het werk van Gianni Rodari zijn door de erfgenamen overgedragen aan Edizioni EL, San Dorligo della Valle (Trieste).

In Nederland:

Gianni Rodari en Alessandro Sanna (Ill.) (2016). Opa, wat een gek verhaal Amsterdam: Memphis Belle.

 
 
 
 

 

 

 











 
 



 
 
Zit JIJ in ons publiek?
Meld je bij ons aan 
en wij houden je op de hoogte!